zaterdag 15 februari 2014

Jan Poot: Donner kan door Demmink-schade Raad van State niet langer leiden

 Jan Poot tijdens de presentatie van zijn boek de Demmink Doofpot.

Jan Poot (89) heeft minister Opstelten en alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer aangeschreven.
Hij weigert genoegen te nemen met het schriftelijke antwoord van minister Opstelten dat nu de zaak Demmink onder de rechter is, hij er geen medelingen over kan doen. Het is eens te meer een voorbeeld "hoe ongeloofwaardig de rol is die u speelt en uw ambtsvoorgangers hebben gespeeld in de kwestie Demmink".


Donner en Hirsch Ballin over Demmink.

De inmiddels afgedwongen strafrechtelijk procedure, schrijft Poot, is "het resultaat van een jarenlange strijd die mevrouw Van der Plas en ondergetekende - ieder vanuit het eigen belang - voeren tegen de bestuurlijke beïnvloeding van de rechtsgang". Welbeschouwd is van deze praktijken de zaak Demmink "niet meer dan een schokkend voorbeeld".


Minister Opstelten heeft net als de ministers Donner en Hirsch Ballin alles op alles gezet om onderzoek naar Demmink te voorkomen. "De acties tegen aangevers en journalisten werden door uw ministerie gecoördineerd en de kosten van de advoca(a)ten die voor veel geld is/zijn ingehuurd werden en worden nog steeds door uw ministerie vergoed. De advocaat Knijff heeft journalisten bedreigd met persoonlijke en zakelijke ondergang als zij over de Demmink-zaak (nog) zouden publiceren." Poot spreekt van een "patroon van intimidatie".

Als een medewerkster van het ministerie van Justitie wordt opgeroepen om onder ede te getuigen naar aanleiding van verklaringen van twee gevangenisdirecteuren dat over Demmink al twintig jaar geleden geruchten van pedofilie de ronde zouden hebben gedaan, wordt door de die getuige met steun van (of zelfs "op initiatief van?" vraagt Poot) een strafklacht tegen hen ingediend. "Opnieuw een concreet voorbeeld van het op staatskosten onder druk zetten van getuigen", aldus Poot.


Toen het Amerikaanse Congres uit ergernis over Nederlands laksheid in de affaire Demmink het Internationale Hof van Justitie uit Den Haag wilde weghalen, stuurde Opstelten een "loodzware ambtelijke delegatie van 11 topfunctionarissen" naar de VS voor schadebeperking. "Leider van de delegatie was mr. Bolhaar, die op voordracht van de heer Demmink door u is benoemd tot voorzitter van het College van Procureurs Generaal." Poot veronderstelt dat Bolhaar, "met wie u intensief overleg heeft", nu dus ook wel damage control zal gaan doen in het door het Hof gelaste onderzoek naar Demmink.

Als dan eindelijk de smoking gun in de affaire wordt geleverd, aldus Poot, in de vorm van een authentieke verklaring dat Demmink op 20 juli 1996 Turkije is ingereisd, wordt er niet in de goede richting doorgepakt, maar wel ijlings een rechtshulpverzoek aan Turkije gericht om een andersluidende verklaring te krijgen. "Intensieve diplomatieke begeleiding levert inderdaad een dergelijk ongeloofwaardig epistel op. Mevrouw van der Plas heeft het hof op deze doorzichtige truc gewezen en het hof heeft op dit punt nader onderzoek gelast".

Poot besluit zijn brief met het stellen van vijftien scherpe vragen, waarop hij binnen twee weken antwoord wil. Hij wil onder meer weten of Justitie al stappen heeft gezet om een eind te maken "aan het voor Nederland beschamende lidmaatschap van verdachte Demmink" aan het Helsinki Comité.

Maar Poot wijst er ook op hoe ongeloofwaardig de huidige vice-voorzitter van de Raad van State, Piet-Hein Donner, inmiddels geworden is door de uitspraak van het Hof in Arnhem. De oud-minister van Justitie is immers verantwoordelijk voor de benoeming van Demmink, hoewel deze destijds al door geruchten omgeven was. Poot: "Bent u bekend met de uitspraken van de heer Donner, waarin hij de personen die aangifte deden, wegzet als mensen die erop uit zijn de reputatie van Demmink te besmeuren, terwijl er volgens hem nog geen begin van een bewijs is. Letterlijk: 'Er is geen rook, laat staan vuur'?"



Tenslotte roept Jan Poot de minister op de stukken ter beschikking te stellen die betrekking hebben op bijeenkomsten in Turkije. De Raad van Europa en EU hebben de hunne al geleverd, maar hebben geen verslagen en deelnemerslijsten meer. "Vast staat", aldus Poot, "dat die deelnemerslijsten bij uw ministerie berusten."
Lees hier de onthullende opiniebijdrage van Jan Poot in het Katholiek Nieuwsblad van vrijdag 14 februari

Geen opmerkingen:

Een reactie posten