donderdag 27 maart 2014

Opstelten houdt vol: Demmink niet in Rolodex


Minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) houdt vol dat voormalig secretaris-generaal (SG) van Justitie Joris Demmink op geen enkele wijze is voorgekomen in het zogenoemde Rolodex-onderzoek (1998).

Opstelten schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer en beroept zich op informatie van de voorzitter van het College van procureurs-generaal. Die heeft hem bij ambtsbericht van 24 maart 2014 laten weten, dat "opnieuw is vastgesteld" dat de oud-secretaris-generaal op geen enkele wijze bij het Rolodex-onderzoek in beeld is geweest, ook niet bij de voorbereiding ervan. Ook zou bij een screening van Demmink door de AIVD voorafgaand aan diens benoeming tot SG, geen enkel mogelijk bezwaar tegen diens aanstelling zijn gevonden.

De informatie van Opstelten en het OM is strijdig met wat Hans Vrakking zaterdag zei in gesprek met NRC Handelsblad. Volgens de Amsterdamse oud-hoofdofficier van justitie, initiatiefnemer van het onderzoek, was Demmink wel degelijk in beeld. Vrakking toonde zich bovendien verbaasd over de bemoeienis van Demmink toenmalige baas, de SG van justitie Harry Borghouts, met het onderzoek. Borghouts handelde weer op aandringen van Demmink. Ook René Ficq, als procureur-generaal in 1998 verantwoordelijk voor het onderzoek, vertelde onlangs in De Volkskrant dat Demmink er destijds achter probeerde te komen of hij zelf ook onderwerp van onderzoek was. Dat verbaasde Ficq weer, want dit was volgens hem niet het geval.

Vrakking stelde vorige week bovendien dat de toenmalige BVD wel degelijk informatie had over misbruik van minderjarigen door Demmink. Diens chauffeur Rob Mostert, die kort daarop overleed, zou zich beklaagd hebben 'er niet meer tegen te kunnen'. Hij "zat ermee dat Demmink in de dienstauto af en toe seks had met jongens", zegt Vrakking. Borghouts weerspreekt Vrakking en noemt diens verklaring "een buitengewoon ongeloofwaardig verhaal", hoewel die geheel in lijn is met de geruchten die al jarenlang over de kwestie de ronde deden.

Aan het eind van zijn brief maakt minister Opstelten melding van het strafrechtelijk onderzoek dat het OM in opdracht van het Gerechtshof moet uitvoeren naar de beweerdelijke verkrachtingen door Demmink in 1996 in Turkije. Opstelten heeft echter steeds als feit volgehouden dat Demmink in de jaren negentig nooit in Turkije was geweest. Hiermee zette de minister van Justitie de Kamer willens en wetens op het verkeerde been. Demmink kon immers heel goed in Turkije zijn geweest, de minister beschikte slechts niet over het bewijs daarvan. Het is de vraag - mede gezien de tegengestelde verklaringen van verschillende nauw betrokkenen bij het Rolodex-onderzoek - of de minister van Justitie met zijn huidige brief de Kamer niet opnieuw op het verkeerde been zet.

Bron

Geen opmerkingen:

Een reactie posten