zaterdag 21 december 2013

De zaak Baybasin een Nederlandse Dreyfusaffaire

Frankrijk, eind 19e eeuw. Het land is sterk verdeeld door een felle openbare discussie over een mogelijke gerechtelijke dwaling met antisemitische trekken. Een joodse legerofficier, kapitein Dreyfus, wordt in 1894 beschuldigd van het verstrekken van militaire inlichtingen aan aartsvijand Duitsland. Als enig bewijsstuk duikt een brief op, die door Dreyfus zou zijn geschreven. Een handschriftdeskundige weigert te bevestigen dat de brief door Dreyfus geschreven is. Andere, later geraadpleegde deskundigen verklaren van wel. Het oordeel van de eerste expert wordt terzijde geschoven. Dreyfus wordt veroordeeld en levenslang verbannen naar het Duivelseiland voor de kust van Frans Guyana.

Over de Dreyfusaffaire is veel geschreven. Er is ook een lang hoofdstuk aan gewijd in de klassieker “Op het breukvlak van twee eeuwen” van Jan Romein. Daarin wordt,  in bloemrijk jaren-vijftig Nederlands, vooral de sociaal-politieke context van deze zaak scherp belicht (vanaf pagina 115).



De zaak Baybasin.
Ruim honderd jaar later speelt in Nederland een vergelijkbare zaak: het proces tegen de Koerd Hüseyin Baybasin. Op de site van de Bakker Schut Stichting berichten wij sinds 2011 over de betwiste levenslange veroordeling van Baybasin en daarnaast over de aanklachten tegen de voormalig secretaris generaal van justitie Demmink, wegens ontucht met minderjarigen. De zaak Demmink krijgt de laatste tijd de meeste aandacht. De zaak Baybasin dreigt daardoor op de achtergrond te raken, maar is minstens even belangwekkend en bovendien nog steeds zeer actueel. Het betreft een uiterst gecompliceerde zaak, met een uitgebreid dossier.  Baybasin kreeg levenslang wegens onder meer het opdracht geven tot moord. Hij heeft altijd krachtig ontkend. Er zijn blijvende twijfels over het bewijsmateriaal. Na zijn definitieve veroordeling in 2002 zijn veel nieuwe feiten naar boven gekomen. Zo zijn er verklaringen van Turkse politie- en justitiemedewerkers dat Turkije Nederland in deze zaak onder druk heeft gezet en dat de telefoontaps met bewijsmateriaal voor een groot deel vanuit Turkije zijn aangeleverd. Verder is duidelijk geworden dat degenen aan wie Baybasin de moordopdracht in Turkije zou hebben gegeven, daarvoor nooit zijn veroordeeld. Eén werd vrijgesproken, de ander is zelfs nooit vervolgd. Met andere woorden, Baybasin had levenslang gekregen voor het opdracht geven tot moord aan iemand die zelf voor die moord was vrijgesproken. De zaak Baybasin ligt nu sinds april 2011 bij de Hoge Raad met een verzoek tot herziening. Sinds januari 2013  worden er opnieuw getuigen gehoord. Op www.bs-foundation.nl zijn de feiten en de processtukken te vinden en ook de opinie daarover van de Bakker Schut Stichting. Opvallend is de aarzeling van justitie om serieus aandacht te schenken aan (nieuw) ontlastend bewijsmateriaal, althans tot nu toe.

De aanklacht en het proces
Hüseyin Baybasin werkte in de jaren tachtig voor de toenmalige Turkse regering en was van zeer dichtbij getuige van de betrokkenheid van hoge Turkse overheidsfunctionarissen bij heroïnesmokkel. Hij werd later als Koerd politiek actief, werd vervolgd en gemarteld. Hij ontvluchtte Turkije en wist uiteindelijk naar Nederland te komen, waar hij politiek asiel vroeg. Toen Turkije in 1995 om zijn uitlevering vroeg, werd dat door de Nederlandse rechter terecht verhinderd. Baybasin moest in Turkije inderdaad voor zijn leven vrezen. Hij was medeoprichter van het Koerdische parlement in ballingschap en werkte samen met PKK leider Öcalan, maar was politiek veel gematigder. Hij is dat nog steeds. Hij wil geen afscheiding van Turkije, maar alleen meer autonomie voor de Koerden, binnen de staat Turkije.

In nauwe samenwerking met de Turkse justitie werd Baybasin in 1998 in Nederland gearresteerd op verdenking van heroïnehandel en het telefonisch opdracht geven tot moorden in het buitenland, één in een theetuin in Istanbul (daar werd in 1997 de marxistische Koerd Öge vermoord,) en één in Kentucky (VS). Deze tweede moord heeft overigens nooit plaatsgevonden. Het relevante bewijsmateriaal bestond bijna uitsluitend uit telefoontaps. Baybasin heeft vanaf het begin verklaard dat de telefoongesprekken niet door hem waren gevoerd en dat het moest gaan om gemanipuleerde gesprekken, deels vanuit Turkije aan Nederland verstrekt. Er werden destijds al onregelmatigheden in de opnamen gesignaleerd, maar het Nederlands Forensisch Instituut, dat de bandjes uitsluitend op het gehoor had beoordeeld, was van mening dat ze authentiek waren, gesprekken die in de maanden daarvoor vanuit Nederland zouden zijn gevoerd en in Nederland waren opgenomen. Baybasin werd in 2001 tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

In hoger beroep legden Baybasins nieuwe advocaten (Pieter Herman Bakker Schut en Adèle van der Plas) de nadruk op mogelijke beïnvloeding en chantage van de Nederlandse justitie door Turkije. De taps waren volgens hen overduidelijk gemanipuleerd en deels afkomstig uit Turkije. Dat werd alleen al duidelijk uit de inhoud van de gesprekken. Ook een uiterst kritische technische contra-expertise van de opnamen door drie onafhankelijke experts werd ingebracht. Maar met hun rapport werd niets gedaan, het werd voor kennisgeving aangenomen. De experts werden niet eens gehoord. Zie voor een toelichting de nog steeds schokkende TV uitzending van Zembla uit 2003, deel 2 en 3. De gevonden signaalafwijkingen zijn daar duidelijk zichtbaar, ook voor niet deskundigen. De reactie van de verantwoordelijk officier van Justitie Stein van het Landelijk Parket is laconiek: één deskundigenrapport vinden wij genoeg.

In vijf maanden tijd waren 6000 telefoongesprekken getapt, een onwaarschijnlijk hoog aantal: een geschat dagelijks gemiddelde van 40 gesprekken, zeven dagen per week. De tapverslagen waarop twee van de zes beschuldigingen waren gebaseerd,  zijn niet op de originele gegevensdragers teruggevonden (herzieningverzoek, paragraaf 108, pag. 83; paragraaf 119 en 120, pag 91). Er waren talrijke vertaalfouten gemaakt door de Turkse tolk en ook vertaalfouten door de Nederlandse rechercheurs. Een als getuige deskundige opgeroepen specialist in de Koerdische taal twijfelde aan het woord theetuin in een telefoongesprek over de theetuinmoord in Istanbul. Volgens hem was het woord verkeerd vertaald en ging het bewuste gesprek niet over een theetuin, maar over een bundel kleding, die vluchtelingen met zich meedragen. In een telefoongesprek over de Kentuckyzaak werd de uitdrukking “make him call” door de Nederlandse rechercheurs beschreven als “make him cold “. “Maak hem koud”, zo staat er in het Nederlandse proces verbaal.
                                                          
Het hoger beroep
In 2002 verhoogde het Hof Den Bosch de straf zelfs tot levenslang, overigens zonder dat er enig aanvullend bewijs was geleverd. Het bewijs bleef vrijwel uitsluitend berusten op de telefoontaps en het eerste deskundigenrapport. Baybasin zou leider zijn van een ongekend grote criminele organisatie en hij had opdrachten tot moord gegeven. Dit werd onomstotelijk bewezen geacht.

Maar wie de moeite neemt om de processtukken serieus te bestuderen, valt al snel van de ene verbazing in de andere. Het is in de eerste plaats een slordig arrest. Dat vond in ieder geval de commissie Buruma, de Toegangs Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (TCEAS), die in 2011 een rapport schreef over de betrouwbaarheid van de bandjes. Hoogleraar strafrecht Y. Buruma was voorzitter en woordvoerder van deze commissie. Kort na verschijnen van het rapport werd hij zelf lid van de Hoge Raad. De commissie Buruma vraagt zich cynisch af waarom men in 2002 genoegen nam met ongecontroleerd bewijsmateriaal in de zaak van de theetuinmoord: “De TCEAS heeft stilgestaan bij de vraag hoe kan worden verklaard dat de Nederlandse politie en justitie kennelijk niet meer bewijsmateriaal uit Turkije hebben verkregen.” En: “…het lijkt een evident belang om in een moordzaak waarbij de betrokkenheid van de verdachte niet-rechtstreeks is, zo stellig mogelijk bewijsmateriaal aan de rechtbank aan te bieden. De TCEAS heeft zich erover verbaasd dat relatief eenvoudige verificaties achterwege zijn gebleven.” (rapport TCEAS, p.19).

Inderdaad, welk bewijs was er eigenlijk voor de vooronderstelling dat Baybasin een drugscrimineel was? Dat was er niet. Er waren alleen beschuldigingen vanuit Turkije, die onvoldoende werden geverifieerd. En hoe zeker was het in 2002 dat de in Turkije gearresteerde “daders” de moord ook echt hadden gepleegd? Eén van hen was nooit als verdachte aangemerkt, de ander (Yavuztürk) werd pas in 2004 berecht. En is toen vrijgesproken. De Nederlandse justitie had in Turkije diverse documenten over de moord opgevraagd, maar nam het proces verbaal van  het verhoor van Yavaztürk in 1998 niet op in het dossier. Het gaat om een verklaring die voor Baybasin sterk ontlastend is. Maar die werd niet aan het Gerechtshof voorgelegd. Zie het herzieningsverzoek, paragraaf 97, pag. 73 en 74).

Levenslang
En dan de strafmaat. Die is op zijn minst opmerkelijk, zelfs voor wie toch twijfels zou hebben over de volledige onschuld van Baybasin. Levenslang wordt in het algemeen gegeven voor het plegen van gruwelijke moorden, met keihard bewijs. Ter vergelijking: Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, kreeg levenslang. Lucia de Berk kreeg levenslang wegens moord op meerdere ziekenhuispatiënten, maar werd in revisie vrijgesproken. Ernest L. kreeg  in de nog steeds omstreden Deventer moordzaak (DNA-sporen en mobiel telefoonverkeer als bewijs) twaalf jaar. En Holleeder kreeg in 2007 negen jaar voor bedreigingen, omdat opdracht geven tot moord niet volledig bewezen kon worden.

Levenslang betekent in Nederland echt levenslang. Er gaat niet een deel vanaf zoals bij alle andere lange straffen en gratie wordt eigenlijk nooit verleend. Voor de veroordeelde is de situatie dus volledig uitzichtloos. Volgens het Europees Hof in Straatsburg is dit in strijd met het folterverbod uit het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Dit jaar werd dit standpunt nog eens herhaald. Baybasin zou nu al drie jaar vrij zijn geweest als hij geen levenslang had gekregen, maar de op één na hoogste straf, destijds 20 jaar. In 2012 (hij had toen al 14 jaar vastgezeten) deed Baybasin in afwachting van de revisie bij de Hoge Raad toch een gratieverzoek, met name op basis van het feit dat het aan de rechters tijdens zijn veroordeling niet bekend was dat de twee vermeende daders van de Öge-moord in Turkije waren vrijgesproken, respectievelijk niet vervolgd. Het gratieverzoek werd afgewezen. Volgens het advies van het Hof Den Bosch was Baybasin nog steeds een dusdanig groot  gevaar voor de maatschappij dat hij er nooit meer in mocht terugkeren. Bovendien werd de zaak “gekenmerkt door een hoge mate van gevoeligheid” door de verwijten die Baybasin maakte  aan de “Turkse en Nederlandse Staat en ambtenaren van beide staten“. Een opmerkelijke toevoeging. Mag een tot levenslang veroordeelde die zichzelf als onschuldig beschouwt soms niet alles in het werk stellen om zijn onschuld te bewijzen? Of is Baybasin vooral gevaarlijk omdat hij Nederlandse magistraten en justitieambtenaren beschuldigt?
                                                                             
Gevangenisregime
Een bevreemdend hoge strafmaat. Minstens even vreemd is hoe Baybasin tijdens zijn detentie behandeld werd. Om nooit opgehelderde redenen werd hij al tijdens het vooronderzoek in geïsoleerde detentie geplaatst. Hij verbleef bijna 6 jaar deels in isolatie in de EBI in Vught. Menigeen zou dat mentaal en fysiek niet overleven. Zelf noemt hij zijn  verblijf in de EBI erger dan de martelingen die hij in Turkije onderging. Zijn advocaten moesten procederen om achter de motieven van deze extra vrijheidsberoving te komen. Het zou om aangiften gaan van pogingen tot ontsnapping. Dat bleek nergens op te berusten, er bestond geen enkele reden voor de isolatie. Nadat hij eind 2003 wel naar een gewone gevangenis overgebracht was, ging deze bijzondere behandeling nog door. Zo werd hij in 2005 en in 2007 opnieuw in isolatie geplaatst. Ook nu weer geheel ongegrond. Baybasin won in totaal drie processen over onrechtmatige isolatie.  Advocate Judith Serrarens begon in 2013 een artikel-12 procedure om de gevangenisdirecteur S. Langelaar te laten vervolgen. Serrarens is van mening dat secretaris generaal Demmink opdracht gaf tot de isolatie. Zij zegt harde bewijzen te hebben dat Demmink het detentiedossier van Baybasin heeft opgevraagd en dat een half jaar in zijn bezit heeft gehad. Juni 2013 werd de zaak voor het eerst behandeld in Den Haag. De procedure is nog niet afgesloten.

In 2012 werd, vlak voor de mondelinge behandeling van het herzieningsverzoek bij de Hoge Raad, plotseling Baybasins cel doorzocht, zijn schildersattributen werden hem afgenomen en alle juridische documenten werden bij hem weggehaald. Hij kreeg ze later terug, behalve de stukken die betrekking hadden op de zaak Demmink. Ook hiervoor is nooit een verklaring gegeven. Er is in 2011 ook verzuimd om adequaat te reageren op verontrustende medische klachten. Opnieuw was tussenkomst van zijn advocaat nodig. Baybasin wordt blijkbaar extra gestraft omdat hij is blijven vasthouden aan zijn onschuld en aan zijn lezing van het verhaal: hij was erin geluisd door Turkije en Nederland had zich voor het karretje van de Turken laten spannen.

Feiten
Het is opvallend dat alle zaken die tot nu toe boven water zijn gekomen ontlastend zijn voor Baybasin (zie het feitenoverzicht). Er is geen enkel nieuw belastend feit aan het licht gekomen over Baybasins betrokkenheid bij drugshandel of bij afrekeningen in het criminele circuit. Een aantal beschuldigingen in de oorspronkelijke strafzaak zijn intussen weerlegd of onaannemelijk gemaakt.
Wat blijft er dan aan bewijs over? Niets, behalve de dubieuze telefoontaps. Er is verder geen bewijs voor het deelnemen aan een criminele organisatie. De bewijsgrond In de theetuinzaak is onderuit gehaald met het vrijuit gaan van de twee vermeende daders. De Nederlandse justitie baseerde haar bewijsvoering destijds volledig op de veronderstelling dat  deze twee mannen de moord zouden hebben gepleegd. En het vonnis levenslang kon alleen maar worden gegeven op basis van de opdracht tot moord.

Behalve de technische fouten in de taps zijn er allerlei andere ongerijmdheden. Een Israëlische generaal, als getuige in 2007 gehoord door de Raad van State, herkent zijn eigen stem op de bandjes, maar verklaart nadrukkelijk dat van de inhoud van het gesprek niets klopt en dat er dus in het gesprek gerommeld moet zijn. Hij sprak inderdaad vaker met Baybasin, maar dat ging uitsluitend over politieke kwesties. Een Turks-Nederlandse politietolk vertaalde de getapte telefoongesprekken vanuit het Turks en het Koerdisch. Deze tolk blijkt nauwe banden te hebben gehad met de Turkse justitie en Turkse veiligheidsdiensten. Tijdens een getuigenverhoor in januari 2013 vertelt hij voor het eerst hoe hij destijds samenwerkte met de Turkse overheid en hoeveel Turkije eraan gelegen was om van Baybasin af te komen. Baybasin stond op een dodenlijst van elf invloedrijke Koerden, waarvan er nu nog maar twee in leven zijn.

Publieke discussie, het angstig reageren van de gevestigde orde
Terug naar de Dreyfusaffaire. Als enig bewijs is daar een dubieuze handgeschreven brief, maar Dreyfus wordt toch veroordeeld en verbannen. De schrijver Emile Zola bemoeit zich ermee en schrijft in 1898 op de voorpagina van het literaire dagblad L’Aurore de beroemde brief J’accuse, gericht aan de Franse president, waarin hij alle betrokken politici, rechters en hoge legerofficieren met naam en toenaam beschuldigt van medeplichtigheid aan een doofpotaffaire rondom een ernstige gerechtelijke dwaling. Zola wordt daarop aangeklaagd en veroordeeld. Hij moet uitwijken naar Engeland om arrestatie te voorkomen. Er komt een massaal internationaal protest op gang, met betogingen in onder andere Londen, Washington en Boedapest. De zittende regeringspartijen verliezen in 1898 de verkiezingen. Vooral onder druk van het buitenland wordt de zaak herzien en in 1899 wordt de straf gewijzigd in 10 jaar. Kort daarna wordt gratie verleend en komt hij vrij. Maar hij wordt pas in 1906 definitief vrijgesproken.

De echte spion en schrijver van de brief, majoor Ferdinand Esterhazy was al in 1897 door een klokkenluider beschuldigd, maar werd vrijgesproken. De moedige klokkenluider was het hoofd van de militaire inlichtingendienst, George Picquart. Picquart werd aanvankelijk ook zelf beschuldigd en ontslagen, maar na het Dreyfusproces volledig gerehabiliteerd. Uiteindelijk werd hij minister van oorlog.

Emile Zola overlijdt in 1902 in zijn slaap, door kolendampvergiftiging. Opzet, zo luidt het vermoeden, maar het kan niet hard worden gemaakt. Jaren later verklaart een Parijse schoorsteenveger met ultra rechtse antisemitische sympathieën, dat hij samen met anderen op een nacht de schoorsteen van Zola’s appartement met roet en gruis had dichtgemaakt.

Jan Romein analyseert de Dreyfuszaak zeer gedetailleerd en komt tot de conclusie dat de oorzaak van al dit gerechtelijk falen gezocht moet worden bij het angstig reageren van de gevestigde orde: het belang en de reputatie van het leger en van het rechtsapparaat gingen boven alles. Daarom moest de gerechtelijke dwaling met alle mogelijke middelen toegedekt worden. Pas toen een moedige bekende intellectueel zich ermee ging bemoeien, kwam er langzaam beweging in de zaak, onder druk van de internationale publieke opinie.

De parallellen met het Baybasinproces zijn duidelijk. Toen was er een grafologisch “bewijs” en het genegeerde oordeel van een handschriftdeskundige, nu zijn er bijna opzichtig gemanipuleerde telefoontaps, die volgens diverse getuigen zijn aangeleverd door Turkije, dat met Baybasin  nog een appeltje te schillen had. Een contra-expertise wordt terzijde geschoven. Er zijn telefoonsignalen die niet kloppen. Er is verwarring over gebruikte woorden. De Turks–Nederlandse politietolk werkte samen met Turkije. De toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (TCEAS) vindt technische onregelmatigheden, maar durft niet aan te bevelen de zaak te herzien. De opvallend hoge strafmaat in hoger beroep is onbegrijpelijk. De reden voor de jarenlange uiterst traumatiserende geïsoleerde opsluiting in de EBI  is onduidelijk. En ook de eindeloos trage rechtsgang, zeker de laatste jaren bij de TCEAS en bij het revisieverzoek, is niet gewoon. Het duidt allemaal op eenzelfde “angstig reageren van de gevestigde orde” als in de Dreyfusaffaire. Geloofwaardigheid en autoriteit van de Nederlandse rechtsorde mogen niet ter discussie staan.

Bij de Dreyfusaffaire was er een hoofdrol voor de pers. De zaak werd zeer uitgebreid jarenlang nauwlettend door de pers gevolgd en leidde tot een brede en felle nationale en internationale discussie. Op dat gebied is er tot nu toe geen enkele parallel met de zaak Baybasin. Alleen het Katholiek Nieuwsblad publiceert onverschrokken over Baybasin en Demmink. Andere media (grote kranten, radio en TV) zwijgen. Durven ze niet? Te weinig nieuwswaarde? Als Baybasin inderdaad onder druk van Turkije in Nederland in de val is gelopen en daardoor onschuldig tot levenslang is veroordeeld, zou dat wel eens de grootste Nederlandse gerechtelijke dwaling ooit kunnen zijn. Een Nederlandse Dreyfusaffaire.

* Kees van der Plas is oud-huisarts en bestuurslid van de Bakker Schut Stichting.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten