dinsdag 12 februari 2013

Rebellerende rechters: het gaat niet om de werkdruk!

Er woedt een hevige discussie over de hoge werkdruk van rechters. Dit als gevolg van het manifest van een aantal raadsheren uit Leeuwarden. Maar daar ging het de protesterende rechters helemaal niet om. Althans, dat was niet hun voornaamste punt. Het gaat ze juist en vooral om de positie van de Raad voor de rechtspraak en zijn bureaucratische aanpak waardoor de onafhankelijkheid van rechters en de kwaliteit van de rechtspraak ernstig in gevaar zouden zijn. “De Raad heeft zich heel tactisch gefocust op de werkdruk, maar de andere punten zitten ons veel hoger.”

De media, de politiek én de Raad voor de rechtspraak (hierna: Raad) hebben tot nu toe de discussie verengd tot de hoge werkdruk van rechters. Ook Geert Corstens, president van de Hoge Raad, beperkte zich in zijn brandbrief vorige week tot de werkdruk. En dat is jammer, vinden manifestschrijvers Klaas Mollema (vice-president van het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden) en Ruth van der Pol (raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden).
Mollema: “Het woord werkdruk komt in ons manifest niet eens voor. We hebben het wel zijdelings gehad over de toenemende productiedruk, maar dat was eigenlijk pas ons derde punt. De Raad heeft zich heel tactisch gefocust op de werkdruk, maar de andere punten zitten ons veel hoger.” Mollema doelt op de benoemingsprocedure van de nieuwe presidenten in verband met de herziening van de gerechtelijke kaart. Die zou niet zorgvuldig en zonder werkelijke inspraak van het ‘werkveld ’zijn verlopen. De meeste zorgen maken de rebellerende rechters zich over de steeds machtiger wordende bestuurders. “We hebben nu aan de bel getrokken, om in de toekomst een parlementaire enquête over hoe het zo mis kon gaan bij de rechterlijke macht te voorkomen”, aldus Mollema.

Optima forma

Volgens Van der Pol is de Raad te groot en te bureaucratisch geworden. “Het is een ambtelijk waterhoofd dat de feeling met de werkvloer volledig heeft verloren. De Raad zou ons moeten behoeden voor al te veel invloed vanuit de politiek, maar dat gebeurt onvoldoende. Er wordt te weinig rekening gehouden met de eigenstandigheid van het werk van onafhankelijke rechters. De Raad zou louter moeten faciliteren maar men probeert invloed uit te oefenen op de wijze waarop wij ons werk doen.” Zo is de Raad zich gaan bemoeien met het straftoemetingsbeleid en vrezen wij dat ze met gerechtsbestuurders afspraken gaan maken over de wijze waarop rechters inhoudelijk in een bepaalde categorie zaken zouden moeten beslissen. “Dat raakt de onafhankelijkheid van rechters in optima forma. Dat is onder meer in strijd met de Grondwet en het EVRM. Hier verzetten wij ons met hand en tand tegen. Genoeg is genoeg. Dat er nooit eerder aan de bel is getrokken, komt wellicht doordat rechters vrij gezagsgetrouwe mensen zijn die niet snel de kat de bel aanbinden. Maar het is nog niet te laat. Nu ook Corstens en de politiek zich ermee bemoeien, heb ik de goede hoop dat we nog wat kunnen veranderen.”
Ten tijde van de oprichting van de Raad voor de rechtspraak in 2002 waarschuwden verschillende leden van de rechterlijke macht, waaronder de oud-president van de Hoge Raad Pim Haak al voor het gevaar dat de Raad zich te veel met het werk van rechters zou kunnen gaan bemoeien. Mollema: “Dit moeten we stoppen nu het nog kan. Anders gaat het echt ontsporen. De Raad is gewoon veel te veel een Haags clubje geworden. Het was al tekenend dat de minister op de foto stond in alle kranten met de nieuw benoemde presidenten. Alsof hij de grote baas is van de presidenten. De Raad had zich sowieso niet in Den Haag moeten vestigen. De leden van de Raad en de minister en consorten komen elkaar nu natuurlijk toch een paar keer in de maand op recepties tegen. Dan ontstaan er verhoudingen die niet mogen bestaan.” Hij vervolgt: “Er bestaat een enorme kloof tussen de rechters en de Raad waardoor over en weer een vertrouwensprobleem is ontstaan. Rechters voelen zich niet vertegenwoordigd en – uit vermoedelijk angst voor hun verdere loopbaan – durven ze daarover niets tegen hun bestuur te zeggen. Dát is waarover de discussie moet gaan.”

Lakmoesproef

Momenteel bezoekt de Raad alle gerechten om zijn oor te luisteren te leggen. Dit voorjaar presenteert de Raad zijn bevindingen. Mollema voorspelt dat ook die uit tactisch oogpunt veelal over de hoge werkdruk zullen gaan. Van der Pol noemt de ‘roadshow’ een oude managementtruc. “Laat ze maar praten, is het idee. Maar het kan nu echt niet meer in de la worden gestopt. De lakmoesproef zal volgen als voorzitter van de Raad Erik van den Emster in april aftreedt. Hoogstwaarschijnlijk neemt Frits Bakker (nu Chief Information Officer, red.) het voorzitterschap over, maar dan komt zijn plaats vrij. Ik ben benieuwd hoe die plek zal worden ingevuld. Of het veld daar inspraak over krijgt? In ieder geval zoemt er in het veld al een naam rond van een zittende president.”
Inmiddels is ook de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak in actie gekomen en pleit voor een onmiddellijke benoeming van een derde rechterlijk lid bij de Raad (de Raad heeft nu vier leden, van wie er twee van buiten de rechterlijke macht afkomstig zijn, red.). Bij die benoeming moeten de rechters en vertegenwoordigende organen worden betrokken, vindt de vereniging. De NVvR raadt aan om te kiezen voor een jonge rechter, direct afkomstig van de werkvloer en met een korte benoemingsperiode. Deze benoeming is slechts een deel van de oplossing. De NVvR zegt dat de rechtspraak zich daarnaast zou moeten beraden op de rolvervulling van de Raad en de gerechten bezien vanuit het belang van de institutionele onafhankelijkheid van rechters als derde staatsmacht.

bron

Geen opmerkingen:

Een reactie posten